BewerkenPersoonsgegevens
BewerkenHuwelijk
- Wolterus, zoon van Johannes van Heirle, overleden tussen 2 september 1445 en 25 februari 1463
BewerkenBronvermeldingen
- 2 september 1445 te 's-Hertogenbosch (R1215, folio 229v-2)
Arnoldus Willelmi van der Heijden, weduwnaar van Guedeldis Pauli Bits van Os, droeg over aan haar zwager Wolterus Johannis van Heirle, man van Zegewigis Pauli Bits, het vruchtgebruik in alle goederen, welke de erfgenamen van genoemde wijlen Guedeldis door haar overlijden zijn aangekomen en welke die erfgenamen aan zullen komen door de dood van genoemde Arnoldus van der Heijden.
229v-3.
Vervolgens droeg genoemde Wolterus van Heirle voornoemde goederen over aan genoemde Arnoldus van der Heijden, belovend, en met hem zijn zoon Johannes en zijn schoonzoon Godefridus Henrici van Weert man van Margareta Wolteri, alle lasten af te doen, uitgezonderd de aan genoemde Wolterus van Heirle van beloofde pachten.
229v-4.
Genoemde Arnoldus van der Heijden beloofde genoemde Wolterus van Heirle een erfpacht van 5 mud rogge, te leveren met lichtmis, gaande uit
1. bovengenoemde goederen,
2. een huis, erf en tuin van dezelfde Arnoldus, onder Oisterwijk, tussen Bela weduwe van Henricus van Beke en haar kinderen en tussen Henricus Arnoldi van Ghent, strekkend van een weg tot aan de gemeint aldaar,
3. de Kruisakker, 19 lopen, in Oisterwijk, in de Schijf, tussen Theodoricus Nellen en de kinderen van wijlen Henricus Emmen en tussen een weg, strekkend van Arnoldus Groijs tot aan Henricus van Ghent.
229v-5.
Evenzo beloofde genoemde Arnoldus aan genoemde Wolterus een erfpacht van 5 mud rogge, te leveren met lichtmis, ingaande met lichtmis na overlijden van genoemde Arnoldus, gaande uit alle voormelde goederen.
229v-6.
Genoemde Arnoldus kan de pachten van 5 resp. 5 mud rogge weder verkopen, met 40 peters per mud.
229v-7.
Laurencius Willelmi van der Heijden en Johannes Egonis van Ackoij deden ten behoeve van genoemde Wolterus afstand van genoemde pachten.
229v-8.
Genoemde Arnoldus van der Heijden zweerde geen brieven gemaakt of gegeven te hebben aan andere personen dan aan genoemde Wolterus.
229v-9.
Evenzo zweerde Wolterus van Heirle.
229v-10.
Genoemde Wolterus van Heirle beloofde de kinderen van dezelfde Wolterus en van genoemde Zegewigis, dat, ingeval de pachten worden gelost, de gelden belegd worden in erfgoederen onder 's-Hertogenbosch, met vruchtgebruik voor genoemde Wolterus en zijn vrouw en het erfrecht voor de kinderen.
- 27 februari 1466 te 's-Hertogenbosch (R1235, folio 217-2)
Johannes Wolteri van Heerle droeg over aan Adrianus Heijen 4/5 deel toebehorend aan Elizabeth dochter van dezelfde wijlen Wolteri van Heerle, aan Johannes Jacobi Stijnen, aan Petrus Arnoldi die Rover en aan dezelfde Adrianus Gibonis Heijen in
1. een erfpacht van 1 mud rogge,
2. erfpachten van 5 en 5 mud rogge, welke Arnoldus Willelmi van der Heijden beloofd had aan Wolterus Johannis van Heerle, gaande uit
a. alle goederen welke aan de erfgenamen van wijlen Guedeldis Pauli Bits van Os door de dood van dezelfde Guedeldis aangekomen zijn, overgedragen aan genoemde Arnoldus door voornoemde Wolterus,
b. een huis, erf en tuin van voornoemde Arnoldus, in Oisterwijk, tussen erfgoed van Bela weduwe van Henricus van Beke en haar kinderen en tussen erfgoed van Henricus Arnoldi van Ghent,
c. de Kruisakker, 19 lopen, in Oisterwijk, ter plaatse de Schijf, tussen erfgoed van Theodoricus Nellen en de kinderen van wijlen Theodoricus Emmen en tussen een openbare weg,
welke 4/5 delen voornoemde Johannes verworven had van Elizabeth, voornoemde Johannes Jacobi, en voornoemde Petrus en Adrianum.
Johannes filius quondam Wolteri de Heerle quatuor quintas partes que ad Elizabeth filiam eiusdem quondam Wolteri de Heerle, Johannem filium quondam Jacobi Stijnen, Petrum filium quondam Arnoldi die Rover et Adrianum Heijen filium quondam Gibonis Heijen spectabant in hereditaria paccione unius modii siliginis mensure de Buscoducis, annuis et hereditariis paccionibus quinque et quinque modiorum siliginis, quas pacciones quinque et quinque modiorum siliginis Arnoldus van der Heijden filius quondam Willelmi promiserat se soluturum Woltero de Heerle filio quondam Johannis hereditarie purificationis de et ex quibuscumque bonis que heredibus quondam Guedeldis filie quondam Pauli Bits de Os de morte eiusdem Guedeldis iure successionis hereditarie advoluta sunt, supportatis dicto Arnoldo a Woltero predicto, atque de et ex domo, area et orto predicti Arnoldi, sitis in libertate de Oesterwijck inter hereditatem Bele relicte quondam Henrici de Beke et eius liberorum ex uno et inter hereditatem Henrici de Ghent filii quondam Arnoldi ex alio, insuper de et ex agro terre dicto den Cruijsacker decem et novem lopinatas terre vel circiter continente, sito in libertate predicta in loco dicto die Schijve inter hereditatem Theodorici Nellen et liberorum quondam Theodorici Emmen ex uno, et inter communem plateam ex alio, quas quatuor quintas partes predictus Johannes erga Elizabeth, Johannem filium quondam Jacobi predicti, Petrum et Adrianum predictos acquisierat prout in litteris, hereditarie supportavit Adriano Heijen predicto cum litteris, aliis et iure, promittens super omnia et habenda ratam servare et obligationem et impeticionem ex parte sui et dicti quondam Wolteri sui patris necnon ex parte quorumlibet heredum et successorum eius deponere. Testes Gerardus et Kessel. Datum supra. (XXVII februarii, quinta post onvocavit).
- 15 april 1493 te 's-Hertogenbosch (R1262, folio 186-4)
Het zij eenieder bekend dat destijds Arnoldus Willelmi van den Heijden beloofd had aan Wolterus Johannis van Heirle een erfpacht van 5 mud rogge, gaande uit
1. alle goederen van zijn overleden vrouw Guedeldis Pauli Bitts van Os,
2. huis, erf en tuin van genoemde Arnoldus in Oesterwijck,
3. een akker, den Kruisakker, in Oesterwijck,
en dat dezelfde Arnoldus beloofd had aan genoemde Wolterus een erfpacht van 5 mud rogge, gaande uit dezelfde goederen;
thans droeg voornoemde Adrianus (ARNOLDUS?) Heijen, als weduwnaar van Geerden, dochter van genoemde wijlen Wolterus van Heirle, een erfpacht van 8 mud rogge, uit voornoemde pachten van 5 en 5 mud rogge, over aan Engbertus Henrici Engbertss en aan Henricus Willelmi Engbrechs. Adrianus (ARNOLDUS?) behield de resterende 2 mud rogge.
Notum sit universus quod cum Arnoldus van den Heijden filius quondam Willelmi promisisset se daturum et soluturum Woltero de Heirle filio quondam Johannis hereditariam paccionem quinque modiorum siliginis mensure de Buscoducis de et ex quibuscumque bonis sive hereditatibus quondam Guedeldis uxoris dum vixerit dicti Arnoldi filie quondam Pauli Bitts de Os de morte eiusdem quondam Gudeldis iure successionis hereditarie advoluta sunt, et ex domo, area et orto dicti Arnoldi sitis in libertate de Oisterwijck; insuper ex agro terre dicto den Cruijsacker sito in libertate predicta; insuper promisisset idem Arnoldus se daturum et soluturum dicto Woltero hereditariam paccionem quinque modiorum siliginis anno quolibet hereditarie purificationis et pro primo solutionis termino purificationis obien... dicti Arnoldi proxime sequentium et non plus de et ex premissis, ut videbatur in diversis litteris contineri, constitutus igitur coram scabinis infrascriptis Adrianus (ARNOLDUS?) Heijen predictus tamquam relictus quondam legitimus, ut dicebat, Geerden sue uxoris filie dicti quondam Wolteri de Heirle octo modiorum siliginis hereditariam paccionem de dictis paccionibus quinque et quinque modiorum siliginis mensure predicte hereditarie supportavit Engberto filio quondam Henrici Engbertss et Henrico filio quondam Willelmi Engbrechs cum litteris et iure occacione, promittens super omnia et habenda ratam servare, obligationem et impeticionem ex parte sui et dicti quondam Wolteri de Heirle et quorumcumque suorum heredum et successorum deponere, reservatis tamen dicto Adriano (ARNOLDO?) et sibi (f.186-v) salvis reliquis duobus modiis siliginis de paccionibus quinque et quinque modiorum siliginis antedictis omne dolo in hiis secluso. Testes Kuijst et Adrianus. Datum XV aprilis, ....... post quasimodo.