BewerkenPersoonsgegevens
BewerkenHuwelijk
- trouwt met Arnoldus Willem van der Heijden, overleden na 2 september 1445
BewerkenBronvermeldingen
- 15 mei 1428 te 's-Hertogenbosch (R1198, folio 68-68v)
Johannes Arnoldi van Dussen verkocht aan Arnoldus Willelmi van der Heijden een erfcijns van 20 gouden hollandse gulden, te betalen met lichtmis, gaande uit
1. een hoeve van eertijds Johannes de Dordrato, gelegen in Oisterwijk ter plaatse Kerkhoven, bestaande uit een hofstad, tuin, weide, landerijen daaraangelegen, tussen een weg en tussen een zekere Back Wijntkens, strekkend van Arnoldus Wolphardi tot aan een weg,
2. een stuk land genaamd Goris Braak, aldaar, tussen Petrus Nezen en tussen Johannes Wijtmans, strekkend van genoemde Petrus tot aan Wijtmannus Wolteri Witen,
3. een beemd ter plaatse in de Dieze, tussen de gemeint en tussen Nycolaus Ackerman, Eelkinus van Kuijc en Hermanus Wijten, strekkend aan de gemeint de Voert,
4. een stuk land achter Oisterwijk ter plaatse in het Vuchtpad, tussen Nycolaus Eckerman en tussen Henricus Engberti tSmijters en Heijnmannus van den Heck, strekkend van een weg tot aan Willelmus die Becker,
5. een stuk land aldaar ter plaatse het Vuchtpad, tussen Elisabeth Kuijsten en haar kinderen en tussen Arnoldus Petri Smolners, strekkend van het Vuchtpad tot aan Jacobus Scheijven en zijn kinderen,
6. een stuk land nabij de Konings Eik, tussen Ghisbertus Dirx soen en tussen Willelmus van Kuijc, strekkend aan een weg die naar Kerkhoven gaat,
7. een stuk land aan voornoemde weg, tussen Willelmus van Kuijc en tussen erfgenamen van Johannes Zegers,
8. alle beemden in Udenhout bij de hoeve horend, en alle andere landerijen, beemden, weiden, heiden en andere aangehorigheden van genoemde hoeve,
9. alle andere goederen van genoemde Johannes van der Dussen.
Na overlijden van genoemde Arnoldus en zijn vrouw Guedeldis Pauli van Os zal genoemde cijns teruggaan naar de verkoper.
68-3.
Hij kan wederkopen met 220 gouden hollandse gulden.
68-4.
Dezelfde verkoper verkocht aan genoemde Arnoldus een erfcijns van 10 gouden hollandse gulden, te betalen, met lichtmis, gaande uit voornoemde goederen.
68-5.
En hij kan wederkopen met 200 gouden hollandse gulden.
68-6.
Genoemde Johannes droeg de bevoegdheid tot wederkopen over aan Elisabeth van Dordrecht vrouw van Henricus van Amerzoijen.
68v-1.
Johannes Arnoldi van Dussen was iets van plan met een beemd in Oisterwijk ter plaatse de Dieze, tussen de gemeint en tussen Nycolaus Ackerman, Eelkinus van Kuijck (verder niets).
- 2 september 1445 te 's-Hertogenbosch (R1215, folio 229v-2)
Arnoldus Willelmi van der Heijden, weduwnaar van Guedeldis Pauli Bits van Os, droeg over aan haar schoonzoon Wolterus Johannis van Heirle, man van Zegewigis Pauli Bits, het vruchtgebruik in alle goederen, welke de erfgenamen van genoemde wijlen Guedeldis door haar overlijden zijn aangekomen en welke die erfgenamen aan zullen komen door de dood van genoemde Arnoldus van der Heijden.
229v-3.
Vervolgens droeg genoemde Wolterus van Heirle voornoemde goederen over aan genoemde Arnoldus van der Heijden, belovend, en met hem zijn zoon Johannes en zijn schoonzoon Godefridus Henrici van Weert man van Margareta Wolteri, alle lasten af te doen, uitgezonderd de aan genoemde Wolterus van Heirle van beloofde pachten.
229v-4.
Genoemde Arnoldus van der Heijden beloofde genoemde Wolterus van Heirle een erfpacht van 5 mud rogge, te leveren met lichtmis, gaande uit
1. bovengenoemde goederen,
2. een huis, erf en tuin van dezelfde Arnoldus, onder Oisterwijk, tussen Bela weduwe van Henricus van Beke en haar kinderen en tussen Henricus Arnoldi van Ghent, strekkend van een weg tot aan de gemeint aldaar,
3. de Kruisakker, 19 lopen, in Oisterwijk, in de Schijf, tussen Theodoricus Nellen en de kinderen van wijlen Henricus Emmen en tussen een weg, strekkend van Arnoldus Groijs tot aan Henricus van Ghent.
229v-5.
Evenzo beloofde genoemde Arnoldus aan genoemde Wolterus een erfpacht van 5 mud rogge, te leveren met lichtmis, ingaande met lichtmis na overlijden van genoemde Arnoldus, gaande uit alle voormelde goederen.
229v-6.
Genoemde Arnoldus kan de pachten van 5 resp. 5 mud rogge weder verkopen, met 40 peters per mud.
229v-7.
Laurencius Willelmi van der Heijden en Johannes Egonis van Ackoij deden ten behoeve van genoemde Wolterus afstand van genoemde pachten.
229v-8.
Genoemde Arnoldus van der Heijden zweerde geen brieven gemaakt of gegeven te hebben aan andere personen dan aan genoemde Wolterus.
229v-9.
Evenzo zweerde Wolterus van Heirle.
229v-10.
Genoemde Wolterus van Heirle beloofde de kinderen van dezelfde Wolterus en van genoemde Zegewigis, dat, ingeval de pachten worden gelost, de gelden belegd worden in erfgoederen onder 's-Hertogenbosch, met vruchtgebruik voor genoemde Wolterus en zijn vrouw en het erfrecht voor de kinderen.
27 februari 1466 te 's-Hertogenbosch (R1235, folio 217-2)
Johannes Wolteri van Heerle droeg over aan Adrianus Heijen 4/5 deel toebehorend aan Elizabeth dochter van dezelfde wijlen Wolteri van Heerle, aan Johannes Jacobi Stijnen, aan Petrus Arnoldi die Rover en aan dezelfde Adrianus Gibonis Heijen in
1. een erfpacht van 1 mud rogge,
2. erfpachten van 5 en 5 mud rogge, welke Arnoldus Willelmi van der Heijden beloofd had aan Wolterus Johannis van Heerle, gaande uit
a. alle goederen welke aan de erfgenamen van wijlen Guedeldis Pauli Bits van Os door de dood van dezelfde Guedeldis aangekomen zijn, overgedragen aan genoemde Arnoldus door voornoemde Wolterus,
b. een huis, erf en tuin van voornoemde Arnoldus, in Oisterwijk, tussen erfgoed van Bela weduwe van Henricus van Beke en haar kinderen en tussen erfgoed van Henricus Arnoldi van Ghent,
c. de Kruisakker, 19 lopen, in Oisterwijk, ter plaatse de Schijf, tussen erfgoed van Theodoricus Nellen en de kinderen van wijlen Theodoricus Emmen en tussen een openbare weg,
welke 4/5 delen voornoemde Johannes verworven had van Elizabeth, voornoemde Johannes Jacobi, en voornoemde Petrus en Adrianum.
Johannes filius quondam Wolteri de Heerle quatuor quintas partes que ad Elizabeth filiam eiusdem quondam Wolteri de Heerle, Johannem filium quondam Jacobi Stijnen, Petrum filium quondam Arnoldi die Rover et Adrianum Heijen filium quondam Gibonis Heijen spectabant in hereditaria paccione unius modii siliginis mensure de Buscoducis, annuis et hereditariis paccionibus quinque et quinque modiorum siliginis, quas pacciones quinque et quinque modiorum siliginis Arnoldus van der Heijden filius quondam Willelmi promiserat se soluturum Woltero de Heerle filio quondam Johannis hereditarie purificationis de et ex quibuscumque bonis que heredibus quondam Guedeldis filie quondam Pauli Bits de Os de morte eiusdem Guedeldis iure successionis hereditarie advoluta sunt, supportatis dicto Arnoldo a Woltero predicto, atque de et ex domo, area et orto predicti Arnoldi, sitis in libertate de Oesterwijck inter hereditatem Bele relicte quondam Henrici de Beke et eius liberorum ex uno et inter hereditatem Henrici de Ghent filii quondam Arnoldi ex alio, insuper de et ex agro terre dicto den Cruijsacker decem et novem lopinatas terre vel circiter continente, sito in libertate predicta in loco dicto die Schijve inter hereditatem Theodorici Nellen et liberorum quondam Theodorici Emmen ex uno, et inter communem plateam ex alio, quas quatuor quintas partes predictus Johannes erga Elizabeth, Johannem filium quondam Jacobi predicti, Petrum et Adrianum predictos acquisierat prout in litteris, hereditarie supportavit Adriano Heijen predicto cum litteris, aliis et iure, promittens super omnia et habenda ratam servare et obligationem et impeticionem ex parte sui et dicti quondam Wolteri sui patris necnon ex parte quorumlibet heredum et successorum eius deponere. Testes Gerardus et Kessel. Datum supra. (XXVII februarii, quinta post onvocavit).
15 april 1493 te 's-Hertogenbosch (R1262, folio 186-4)
Het zij eenieder bekend dat destijds Arnoldus Willelmi van den Heijden beloofd had aan Wolterus Johannis van Heirle een erfpacht van 5 mud rogge, gaande uit
1. alle goederen van zijn overleden vrouw Guedeldis Pauli Bitts van Os,
2. huis, erf en tuin van genoemde Arnoldus in Oesterwijck,
3. een akker, den Kruisakker, in Oesterwijck,
en dat dezelfde Arnoldus beloofd had aan genoemde Wolterus een erfpacht van 5 mud rogge, gaande uit dezelfde goederen;
thans droeg voornoemde Adrianus (ARNOLDUS?) Heijen, als weduwnaar van Geerden, dochter van genoemde wijlen Wolterus van Heirle, een erfpacht van 8 mud rogge, uit voornoemde pachten van 5 en 5 mud rogge, over aan Engbertus Henrici Engbertss en aan Henricus Willelmi Engbrechs. Adrianus (ARNOLDUS?) behield de resterende 2 mud rogge.
Notum sit universus quod cum Arnoldus van den Heijden filius quondam Willelmi promisisset se daturum et soluturum Woltero de Heirle filio quondam Johannis hereditariam paccionem quinque modiorum siliginis mensure de Buscoducis de et ex quibuscumque bonis sive hereditatibus quondam Guedeldis uxoris dum vixerit dicti Arnoldi filie quondam Pauli Bitts de Os de morte eiusdem quondam Gudeldis iure successionis hereditarie advoluta sunt, et ex domo, area et orto dicti Arnoldi sitis in libertate de Oisterwijck; insuper ex agro terre dicto den Cruijsacker sito in libertate predicta; insuper promisisset idem Arnoldus se daturum et soluturum dicto Woltero hereditariam paccionem quinque modiorum siliginis anno quolibet hereditarie purificationis et pro primo solutionis termino purificationis obien... dicti Arnoldi proxime sequentium et non plus de et ex premissis, ut videbatur in diversis litteris contineri, constitutus igitur coram scabinis infrascriptis Adrianus (ARNOLDUS?) Heijen predictus tamquam relictus quondam legitimus, ut dicebat, Geerden sue uxoris filie dicti quondam Wolteri de Heirle octo modiorum siliginis hereditariam paccionem de dictis paccionibus quinque et quinque modiorum siliginis mensure predicte hereditarie supportavit Engberto filio quondam Henrici Engbertss et Henrico filio quondam Willelmi Engbrechs cum litteris et iure occacione, promittens super omnia et habenda ratam servare, obligationem et impeticionem ex parte sui et dicti quondam Wolteri de Heirle et quorumcumque suorum heredum et successorum deponere, reservatis tamen dicto Adriano (ARNOLDO?) et sibi (f.186-v) salvis reliquis duobus modiis siliginis de paccionibus quinque et quinque modiorum siliginis antedictis omne dolo in hiis secluso. Testes Kuijst et Adrianus. Datum XV aprilis, ....... post quasimodo.